Gedichten op KKK LokArt 2009
Ter gelegenheid van de Kortenbergse Kunstkabinetten werd Johan Teirlinck gevraagd 7 gedichten te plaatsen in het landschap van Meerbeek en Erps-Kwerps.
Hij probeert de relatie te leggen tussen tijd en ruimte en vraagt zich af welke impact een concrete ruimte heeft op ons besef van het hier en nu.
* * *
<!– /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-parent:”"; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”;} @page Section1 {size:595.3pt 841.9pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;} div.Section1 {page:Section1;} –>
Het was een stilte van het soort
dat in bossen wordt gehoord
en waarvan pas later blijkt
wat het in ons heeft bereikt.
* * *
De wind streelt al de knopen uit je haren
en verjaagt de saaie woorden die we spraken,
we vinden ze wat verderop,
verdraaid en lachen er wat om.
De bomen wijzen ons de nieuwe einder
veelbelovend ver en hoog, we zweven
als gedragen door de lucht
de toekomst in.
Hier wonen vele stemmen van voorbije liefdes,
wij komen schreeuwend bij de top,
de wind verdwijnt plots achter wolken
en keert niet meer weer.
We blijven woordenloos, en staren
in de diepte rondom ons.
Ik leg verveeld wat knopen in je haar,
we dalen langzaam af.
* * *
Hij heeft vooral de bomen
liefgehad
omdat ze niet aldoor
van weggaan spraken
omdat ze ouder
dan de wegen
-waarnaast ze stonden- waren
omdat ze stiller waren
en in zichzelf
zachter hun verdriet wisten te dragen
en ongezien
steeds dieper
en steeds hoger
hun wereld zochten.
En van de bomen
hield hij meest nog
van hun nesten
waarin hij wonen wilde
waarin hij liefst
volkomen onbelangrijk wilde zijn.
* * *
Ontmoeting in een busstation
wachtend op een bus
die niet meer komen zal
en juist daarom elkaar gevonden hier.
Het is er klein en knus
geen plaats voor nodeloze woorden.
We leren wachten hier.
Begrijpend is de nacht
-een tweede bondgenoot-
die wacht
en wacht.
Zo is het dat ik sterven leer
niet langer reizen, heen en weer
geen zoeken, wijzen, onrust meer
ik zet mij bij de laatste halte neer
en leer er met jou wachten deze keer.
* * *
Wie geeft het sein
Het hemels gebaar
Hoog in de lucht
Kijk een teken
Kijk een zin
Kijk
Maar deze lucht blijft grijs
En vaal
En geen die roept
Of zwaait
En dus weer de wagen in
En huiswaarts
Jazeker
Ergens staat een huis
Mijn huis
En dan zijn we thuis
Weer thuis.
* * *
De allerlaatste keer
Toen hij het boswegeltje verliet
En niet omkeek
Kon hij nog niet weten
Dat het de laatste keer was
De allerlaatste keer
Dat hij die plek zou zien
* * *
Bemerk eens deze hoogbejaarde boom
geboren en getogen op deze plek
ons herinnerend aan wortels, diep en vast
vertrouwd met deze grond
in weer en wind
terwijl conflicten woedden
aan zichzelf gelijk
aanwezig hier
alle dagen eeuwenlang
terwijl wij en onze grootouders
lachten, weenden, leefden.
Nu blijkt hier, al die tijd
die rust geweest te zijn
een toevluchtsoord
dat voor en nĂ bestaat
dat alle haast, onzekerheid
tot kalmte maant.
